|
De staatssecretaris reageert op de motie Aptroot over
de afschaffing van de fiscale bijtelling voor bestelauto's
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20 018
2500 EA Den Haag
| Datum |
Uw brief (Kenmerk) |
Ons kenmerk |
| 26 april 2007 |
|
DB 2007-0167 M |
| Onderwerp |
|
|
| Motie Aptroot c.s. (kamerstukken 29 515, nr. 168) ter
zake de afschaffing fiscale bijtelling bestelauto's |
Geachte voorzitter,
In deze brief wil ik graag ingaan op de motie Aptroot c.s. (kamerstukken
II 2006/07, 29 515, nr. 168) die 31 oktober 2006 door uw kamer is aangenomen.
Deze motie roept de regering op met voorstellen te komen waarbij de fiscale
bijtelling voor bestelauto's wordt afgeschaft. Ter compensatie voor de
rijksbegroting moet voor iedere bestelauto de motorrijtuigenbelasting
met € 165 worden verhoogd. De motie verzoekt tevens dat in de nieuwe
regeling grootschalig misbruik wordt tegengegaan.
De gedachte van de leden Aptroot c.s. is vooral ingegeven door de wens
de administratieve lasten voor het bedrijfsleven te verminderen. Ook ik
hecht sterk aan een vermindering van de administratieve lasten. Het is
goed om te zien dat hieraan in de afgelopen jaren veel aandacht is besteed;
zeker ook op fiscaal gebied. Dit kabinet wil de administratieve lasten
verder verminderen met 25%. Voorstellen vanuit de Kamer die daaraan bijdragen
juich ik dan ook toe. We moeten echter niet alleen oog hebben voor administratieve
lasten. Zoals bij ieder voorstel, moet ook bij een voorstel om te komen
tot een vermindering van administratieve lasten goed worden afgewogen
of de voordelen opwegen tegen de nadelen.
Tijdens het voortgezet AO administratieve lasten van 31 oktober jl. heeft
voormalig minister Zalm al gepoogd duidelijk te maken dat aan de motie
Aptroot c.s. belangrijke bezwaren kleven. Hij heeft deze motie daarom
ook ontraden.
Ik deel de mening dat het uitvoeren van deze motie ongewenst is. Daarom
ben ik voornemens geen uitvoering te geven aan deze motie. De regeling
voor privégebruik bestelauto hoeft niet te leiden tot grote administratieve
lasten voor het bedrijfsleven. Het bijhouden van een rittenregistratie
is, zoals ik hierna zal beschrijven, niet altijd nodig. Daarbij maak ik
de kanttekening dat indien een rittenregistratie wel bijgehouden wordt,
dit meestal door de werknemer gebeurd. In de afgelopen jaren is door uw
Kamer kritiek geuit op de administratieve lasten van het bijhouden van
een rittenregistratie. Dat heeft er toe bijgedragen dat een aantal regelingen
is geïntroduceerd waardoor in veel gevallen een rittenregistratie
achterwege kan blijven. Een rittenregistratie hoeft bijvoorbeeld niet
bijgehouden te worden indien de bestelauto niet voor privégebruik
ter beschikking staat. De bestelauto staat niet voor privégebruik
ter beschikking indien de werkgever privégebruik verbiedt, indien
de bestelauto buiten werktijd niet gebruikt kan worden of indien de bestelauto
(bijna) uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. Een rittenregistratie
is ook niet nodig indien er sprake is van doorlopend afwisselend gebruik
van de bestelauto door meerdere bestuurders. De werkgever kan dan volstaan
met een bedrag van € 300 in de eindheffing te betrekken. Daarmee
is een pakket ontstaan dat in veel gevallen voorkomt dat voor werkgever
en werknemer administratieve lasten ontstaan.
Het is aan de werkgevers en werknemers om van de genoemde mogelijkheden
gebruik te maken. Een regeling die bij bijna iedere bestelauto mogelijk
is, is het verbod op privégebruik bestelauto van de zaak. De Belastingdienst
heeft een sjabloon op zijn website gezet waarmee dit verbod gemakkelijk
op te stellen is. De administratieve lasten kunnen dus ook al binnen de
huidige mogelijkheden omlaag gebracht of verminderd worden.
Aan de motie Aptroot c.s. zijn, zoals hiervoor opgemerkt, een aantal grote
bezwaren verbonden:
- Het privégebruik van een bestelauto van de zaak vormt net als
het privégebruik van een personenauto loon in natura. Dat dient
te worden belast. Het voordeel bestaat uit de kosten die de berijder
bespaart omdat hij privé gebruik kan maken van de ter beschikking
gestelde auto.
- Wanneer de berijder niet belast wordt voor privégebruik, zal
privégebruik toenemen. Dit heeft negatieve gevolgen voor de drukte
op de weg en voor het milieu.
- Een gunstigere behandeling van bestelauto's leidt tot een niet te
rechtvaardigen ongelijke behandeling tussen bestelauto's en personenauto's
(in strijd met het gelijkheidsbeginsel). Werknemers met een ter beschikking
gestelde personenauto zouden hierin een juridisch aanknopingspunt kunnen
vinden om ook in aanmerking te komen voor een dergelijke gunstige behandeling.
Dit levert grote budgettaire risico's op.
- Naast de traditionele bestelbus met slechts één of twee
zitplaatsen naast de bestuurder en direct daarachter een grote gesloten
laadruimte, zijn er allerlei bestelauto's die zeer goed geschikt zijn
voor privégebruik. Uitvoering van de motie Aptroot c.s. zal juist
op de laatste categorie een grote aanzuigende werking hebben. Hierbij
kan worden gedacht aan van personenauto's afgeleide modellen, waaronder
geel-kenteken auto's die voor tenaamstelling desgewenst nog kunnen worden
omgebouwd tot bestelauto. Maar ook bepaalde pick-ups en SUV's en veel
busjes met een dubbele cabine kwalificeren fiscaal als bestelauto's.1
Het valt niet te rechtvaardigen dat het privégebruik van deze
auto's niet wordt belast.
Het budgettaire risico van de aanzuigende werking wordt geschat op €
150-200 mln. per jaar in de loonbelasting doordat bijtelling achterwege
blijft bij berijders die nu nog privé rijden in een personenauto
van de zaak. Verder leidt de aanzuigende werking tot een budgettair
risico van circa € 125 mln. per jaar in de BPM doordat ondernemers
vrijgesteld zijn van BPM op bestelauto's. De motie verzoekt om maatregelen
die grootschalig misbruik tegengaan. Wellicht doelt de motie bij misbruik
op degenen die voor hun werk geen bestelauto nodig hebben maar die als
gevolg van het door de motie geïntroduceerde gunstige regime toch
in een bestelauto zouden gaan rijden. Dat zou echter een criterium introduceren
waaraan geen uitvoering kan worden gegeven. Het zou immers vergen dat
de Belastingdienst moet toetsen of het gebruik van een bestelauto zakelijk
nodig is. Dit leidt bovendien tot een tamelijk arbitrair criterium.
- Meer werknemers zullen kiezen voor een bestelauto als auto van de
zaak. Voor de ondernemer die de bestelauto ter beschikking stelt, geldt
een vrijstelling van BPM, maar voor privégebruik van de bestelauto
wordt nu via de autokostenfictie in de loonbelasting en in de omzetbelasting
indirect toch rekening gehouden met de BPM. Door uitvoering van de motie
zou zelfs deze indirecte BPM-druk op particulier gebruik worden weggenomen.
Werknemers (particulieren) kunnen daardoor weer volledig BPM-vrij in
een bestelauto rijden en worden daarvoor zelfs beloond met het achterwege
laten van de gehele bijtelling. Hiermee kan de BPM-vrijstelling voor
ondernemers ter discussie komen te staan.
- De lasten (in beginsel € 100 mln.) worden verschoven van werknemers
naar werkgevers.
- De verhoging van de MRB ziet op alle bestelauto's, dus ook op bestelauto's
die louter zakelijk worden gebruikt. Het gaat dan bijvoorbeeld om grote
wagenparken met bestelauto's die niet voor privégebruik ter beschikking
staan. Werkgevers met zulke wagenparken krijgen te maken met een aanzienlijke
verhoging van de MRB zonder dat hun eigen werknemers daar voordeel van
hebben. Deze werkgevers ondervinden een soms forse lastenverzwaring
voor het privégebruik van werknemers van andere bedrijven.
Zoals hiervoor al opgemerkt, zijn er al veel mogelijkheden om de administratieve
lasten te beperken indien hierover goede afspraken worden gemaakt. Gezien
de bezwaren die aan de motie Aptroot c.s. verbonden zijn, lijkt die motie
geen begaanbare weg om administratieve lasten verbonden aan het gebruik
van bestelauto's verder te verminderen. Ik wil graag in overleg met het
bedrijfsleven bekijken of er nog een verdere reductie van administratieve
lasten mogelijk is. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het zodanig
aanpassen van de criteria dat berijders van bestelauto's die minder privégenot
bieden, niet langer opgezadeld worden met administratieve lasten. Indien
ik hierin mogelijkheden zie, zullen de maatregelen die hieruit voortvloeien
meelopen in het kader van de verdere administratieve lastenvermindering
die het kabinet nastreeft.
Ik vertrouw erop u voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend,
de staatssecretaris van Financiën,
mr. drs. J.C. de Jager
1: Bestelauto's die goed geschikt zijn voor privégebruik zijn
bijvoorbeeld de Citroën C5 Break Service, de Fiat Stilo Van, de Toyota
Corolla Van, de Ford Focus Wagon Van, de Opel Zafira Van, de Renault Mégane
Van, de Volkswagen Sharan Van, de Nissan Patrol Van en de Landrover Defender
Pickup.
|