Behang encyclopedie

Behangen?
Van Apeldoorn Schildersbedrijf
adviseert!



Plakmiddelen - Verwerkingsadviezen - Vochtbestrijding

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Paardenhaar Plakken van doek Pleisterwerk behangen Poreuze buizen
Panorama behangsels Plakplastic Plekspaan Poreuze lagen
pH-waarde Plakselvlekken Plintsnijder Poreuze steen
Plafond behangen Plaksoorten Plooien Precisie snijlineaal
Plafonddoek Plaktafel Polystyreenschuim Profielkam
Plafondkarton Plakvoorschriften Polyvinylacetaat Propaangas
Plafond met linnen bespannen Plamuurmes Polyvinylchloride Propaan-gasslang
Plakken Plastiekbehang plakken Polyvinylfluoride Puimsteen
Plakmiddelen Plastic strijker Poreusheid van muren

 

 

 

 

 

 

 

 

 
Paardenhaar  
In tegenstelling tot varkenshaar is paardenhaar cyiindrisch van vorm.
Deze haarsoort is tevens poreus waardoor het absorptie vermogen groot is.
We kunnen twee soorten paardenhaar onderscheiden n.l. staarthaar en manenhaar. Manenhaar is voor kwasten onbruikbaar en veel te slap. Voor het maken van kwasten is de fabricage met paardenhaar veel eenvoudiger dan die met varkenshaar.
De staartharen worden d.m.v. een touw in lange slierten ingekapseld. Door een kookproces blijft de rechte vorm gehandhaafd.
Paardenhaar wordt vaak voorzien van een kunstmatige bles.
In feite komt het er hierbij op neer dat het topeinde van een haar in meerder stukjes wordt uiteengeslagen.
Voor behangersgereedschap gebruikt men paardenhaar voornamelijk voor het fabriceren van insmeerborstels.
Men benut hierdoor juist de poreusheid van paardenhaar, waardoor de insmeerborstel veel plaksel kan opnemen.
Zie: Bles
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Panorama behangsels  
Deze behangsoorten bevatten meestal een afbeelding van een streek, gebouw, vergezicht of ander tafereel. Dit is juist in tegenstelling tot de normale behangsoorten waar bij elke rol hetzelfde repeterende motief terugkeert.
Afhankelijk van de grootte bestaan deze panorarnabehangsels uit verschillende rollen.
Panorama behangsels lenen zich uitstekend voor interessante en bijzondere vormgevingen.
Men behoeft niet alleen grote wanden hiermede te bekleden. Men kan ook scheidingswanden, nissen, etc. een zeer levendig effect geven.
Een uitgebreide collectie bestaat uit klassieke zowel als uit moderne wanddessins.
De huidige dessins zou men als volgt kunnen indelen:
a. Met de hand bedrukte afbeelding, die eenmalig op één rol voorkomt en speciaal bestemd is voor het beplakken van een schoorsteenboezem. Naast de afbeelding is er nog ruimschoots voldoende behang zonder afbeelding over voor een groot oppervlak te bekleden.
b. De reeds genoemde klassieke- en moderne wanddecors die uit verschillende banen bestaan. Deze worden door de fabriek genummerd geleverd zodat hieromtrent geen vergissingen kunnen ontstaan.
e. Kleurenreprodukties van natuuropnamen.
Deze opnamen zijn met raster-diepdruk op zwaar offsetpapier gedrukt. Ondanks dat het fotowerk is zijn deze niet afwasbaar in de zin van afneembaarheid met water en zeep.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
pH-waarde  
pH is het internationaal symbool voor negatieve logaritme waterstof- ionenexponent.
We geven hiermee aan hoe zuur of alkalisch een oplossing o.i.d. is. Men gebruikt hierbij de getallen 1 t/m 14 waarbij het getal 7, dus pH 7, als neutraal gesteld is.
Dit getal 7 is niet zomaar gekozen. Men is hierbij van de concentratie van normaal zuiver water uitgegaan. Bij één liter neutraal water is te berekenen dat 1/10 gram positieve waterstofionen (H+) aanwezig zijn. Wordt aan dit water een zuur toegevoegd dan worden de positieve H.ionen meer. Hieruit kan men concluderen dat het getal van 1 tot 7 de zuurgraad aangeeft waarbij 1 zuurder is dan 6. We kunnen aan het neutrale water ook een base toevoegen. Hierdoor daalt het aantal positieve waterstofionen en de oplossing wordt alkalisch.
De getallen vanaf 7 t/m 14 geven ons dus een indruk van de alkaliteit. Het laagste getal is dan het minst alkalisch.
Om de ph-waarde te meten kan men gebruik maken van een ph-meter. Voor onze praktijk is vooral de alkaliteit van de wanden van groot belang. We kunnen de pH dan meten met zgn. ph-papier of beter bekend als lakmoespapier.
Zie: Indicatorpapier
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Plafond behangen  
Het behangen van plafonds is een vrij regelmatig, voorkomende bezigheid. Hiervoor zijn speciale plafondbehangsels in zeer mooie kleurstellingen en structuren verkrijgbaar. Ook kan men sprekende patronen of neutrale behangdessins aanbrengen.
Voordat men een keuze maakt moet men wel met enige factoren rekening houden.
Allereerst speelt de warmte in het vertrek een grote rol. Deze warme lucht circuleert langs het plafond waardoor er grote spanningen in het papier ontstaan.
Tevens is het plafond bevattelijker voor condensvocht en nicotine aanslag, dan de wanden.
Alvorens het plafond wordt behangen moet men dit eerst zorgvuldig voorbehandelen.
Indien een muurverf is aangebracht, moet men deze verwijderen, omdat deze de oorzaak kan zijn van het loslaten van behang.
Indien de muurverf niet te verwijderen is dan moet men het plafond met water en ammonia goed schoonmaken, waardoor de vettige- en nicotine aanslag verwijderd wordt.
Eveneens moet men controleren of men het plafond al of niet moet voorstrijken. Zuigende ondergronden nemen het plakmiddel op waardoor het behang loslaat.
Scheuren, etc. moeten uitgehaald en gerepareerd worden. Indien men muren en plafond moet behangen, begint men met het laatste. De banen voor het plafond worden ongeveer 2 cm langer afgeknipt. In het midden van het plafond smet men een lijn. Deze lijn loopt naar het raam toe of zo men wilt van het raam af.
Het is noodzakelijk dat de banen met een kleefkrachtig plaksel worden ingestreken zodat ze onmiddellijk aan het plafond hechten.
De eerste baan wordt precies op het midden van de smetlijn en enige centimeters op de muur bevestigd, waarna deze baan met de vladder wordt aangedrukt. Men werkt dus vanuit het midden naar de beide zijkanten van het vertrek.
Het beste kan men dit soort werk met z'n tweeën uitvoeren, waarbij de één de baan aan het begin vasthoudt.
Men kan ook de verschillende, in de handel zijnde hulpmiddelen gebruiken waardoor één man het werk kan uitvoeren.
De ingestreken banen worden, in harmonikavorm gevouwen, zodat deze makkelijk hanteerbaar zijn.
Na de eerste baan, is het stotend aanbrengen van de volgende baan aan te bevelen. Men plakt steeds vanaf het licht zodat men een goed overzicht over het werk houdt. Zelfs bij strijklicht op het plafond zijn, door het stootwerk, dan de naden onzichtbaar.
Tijdens het drogen van de wandbekleding mag het vertrek niet verwarmd worden om grote spanningen in het verwerkte materiaal te voorkomen.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 

Plafonddoek

 
Zie: Doeksoorten
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Plafondkarton  
Zie: Bordpapier
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Plafond met linnen bespannen  
Dit is een belangrijk werk, want het linnen hangt en kan, indien het niet goed behandeld wordt, méér doorzakken dan nodig is en de bespanning wordt zodoende niet wat ze behoort te zijn.
Men stelt zich voor dat op het plafond vier tengels worden aangebracht. Gemakshalve wordt hier de schoorsteentengel nr. I, de raamtengel nr. II, de inkomende tengel nr. III, en de laatste vaktengel nr. IV genoemd. Op tengel IIIen IV begint men soldaatjes te slaan, zo dicht mogelijk tegen de wand. Daarna kan men in de hoek van tengel Ien II het linnen vastzetten, zó dat de zelfkant aan de zijde van de schoorsteen komt. Dit spant men precies zoals bij staand linnen en spijkert dit geheel éénmaal door. Daarna maakt men op tengel II een inslag van ca. 5 cm en spant het linnen over de gehele tengel uit, tot in de hoek van tengel III, waarna men dit geheel ook éénmaal doorspijkert. Vervolgens neemt men het gedeelte onderhanden in de hoek, waar tengel III en IV samenkomen en met veel kracht haakt men het linnen om enige soldaatjes, zodat het voorlopig hangt.
Wanneer men dit gedaan heeft, meet men de afstand van de naad van het linnen op tengel II van de wandtengel I af. Deze maat wordt overgezet op tengel IV, ook gemeten vanaf tengel I. Men spant nu een dun touw (slaglijn) over de gehele lengte van de naad en zet deze naad goed gespannen uit. Daarna begint men het linnen op tengel II over de soldaatjes uit te spannen, steeds controlerend of de naad gelijk komt met het spantouw en steeds beginnend van het midden van tengel III uit. Dus wanneer tengel III 3 meter is, begint men op 1.50 m, daarna weer op de helft, d.i. 75 cm enz.
Vervolgens begint men met tengel IV uit te spannen, ook steeds weer vanuit het midden en is dit klaar, dan slaat men de hechten van tengel 111 in het hout en spijkert men de tengels I, II en III in verband door, zodat men twee rijen spijkers krijgt.
Zo laat men het linnen in de rek staan tot de volgende dag. Men haalt het dan van de hechten los en spant het met veel kracht opnieuw. Is het een groot vak, dan moet men het nog een dag laten zitten alvorens het over te spannen. Daarna dubbel doorspijkeren en het linnen is klaar voor het aanbrengen van het grondpapier.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Plakken  
Per definitie verstaan we hieronder: het aan elkaar verbinden, vasthechten of kleven van twee stoffen doormiddel van een plaksel of kleefstof. Voor ons is vooral het plakken van wandbekleding op een muur van belang.
We hebben hier dus te maken met drie elementen n.l.
a. de soort wandbekleding
b. de soort en de toestand van de ondergrond
c. het plakmiddel.
Voor elk van deze drie is kennis van zaken noodzakelijk om een goed resultaat te behalen. Het is bijv. niet mogelijk om een zwaar behangselpapier op een geschilderde ondergrond met een zwak plakmiddel aan te brengen. Het resultaat zal zijn dat dit papier binnen korte tijd van de wand komt. De verbinding komt dan niet tot stand.
Het aanbrengen van een wandbekleding is verschillend voor elk vertrek. Bijv. in een kamer plakt men altijd vanaf het licht terwijl in een etalage naar het daglicht toe wordt gewerkt.
In een hall of trappenhuis werkt men zo, dat de naden het minst opvallen. Stootwerk verdient in dit soort gevallen de voorkeur.
Bij sommige behangsoorten waarvan de dessinering een symetrische verwerking verlangt, is het noodzakelijk dat men niet bij het raam o.i.d. begint, omdat de eerste baan in het midden moet worden aangebracht. Daarom is het noodzakelijk dat men voor de aanvang van een object eerst goed overweegt hoe men het werk aanpakt en waarmee, waarop en waar men begint te plakken.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Plakmiddelen  
Aan dit onderwerp is een speciale pagina gewijd: Plakmiddelen
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Plakken van doek  
A. Nieuwe muren.
Voordat nieuwe muren worden beplakt, moeten deze eerst geschuurd worden om kalkresten en andere oppervlakte-verontreinigingen te verwijderen. Hierna wordt voorgelijmd met celluloselijm in de verhouding van 1 : 30 afhankelijk van de zuigkracht of met een voorstrijkmiddel voorgestreken.
Om zuiver te werken worden met potlood enkele lijnen uitgezet. Het doek wordt op een lat ter breedte van het linnen gerold.
De breedte van de stof is tevens de hoogte van de wand. Tevens moet men per meter 2 cm meer nemen omdat katoenen stoffen krimpen door opname van water uit het plaksel.
Op de wand kan nu royaal celluloselijm met de verfroller worden opgebracht. De verhouding plaksel : water is 1 : 20.
Het doek wordt, met de zelfkant tegen het plafond, langs de hulplijnen aangebracht en met een rubberen spatel aangedrukt. De hulplijnen, zowel de horizontale als de vertikale lijn, dienen nu om de structuur van het linnen in de gaten te houden. Op het einde van de wand wordt een klein gedeelte door de hoek heengeplakt dat na droging wordt weggesneden.
Na het aanbrengen wordt weer celluloselijm 1 : 25 met de roller aangebracht. Is deze laag droog, dan wordt - om inzuiging van de verflaag te
voorkomen - een grondlaag aangebracht. Wordt de muur met water-afdunbare muurverf behandeld dan bestaat deze laag uit celluloselijrn waaraan in water geweekt titaanwit is toegevoegd. Ook kan men hiervoor een modern gronderings- of voorstrijkmiddel gebruiken.
Als de muur met olie- of lakverf verder wordt behandeld dan bestaat de grondlaag uit zinkwitverf of uit een verdunde moderne grondiak.
Indien mogelijk moet men, om de structuur van het doek te bewaren, deze laag temponeren.
Vanzelfsprekend wordt om de contactdozen en andere obstakels de wand netjes afgewerkt en de randen van het doek zonodig met een scherp mesje bijgesneden. Tot slot wordt de muur, afhankelijk van de voorbereidingen afgerold of getemponeerd met muur-verf of zinkwitverf.

B. Reeds behandelde muren.
Voordat een doeksoort op reeds behandelde muren aangebracht kan worden is het noodzakelijk dat eerst enige voorbewerkingen worden uitgevoerd.
Waterverflagen moeten met water en ammoniak worden afgewassen. Dunne kalk- en andere veegvaste lagen moeten met een dunne grondlak of met een voorstrijkmiddel geïmpregneerd worden.
Oude olie- of lakverflagen worden met water en ammoniak afgeschuurd en ontvet. Hierna worden eventuele reparaties uitgevoerd zodat een gaaf en
glad oppervlak wordt verkregen. Hierna kan de muur behandeld worden zoals bij "nieuw werk" is beschreven.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Plakplastic  
Deze materialen hebben vooral de laatste jaren grote opgang gemaakt. Vooral het grote assortiment en de gemakkelijke aanbrengmethoden zijn hiervan de oorzaak.
Plakplastic wordt in de eerste instantie als "do-it-yourself" product in de handel gebracht. Dit materiaal is bestemd voor het plakken van kleine oppervlakten en meubels. Als wandbekleding is plakplastic ongeschikt.
Plakplastic bestaat uit een folie van polyvinylchloride met een zelfklevende rug, die voorzien is van afdekpapier.
Op deze folie zijn fotografisch diverse repeterende motieven aangebracht.
Voor het aanbrengen van dit materiaal moet de ondergrond glad, droog, stofvrij en niet zuigend zijn.
Op schuurwerk, etc. hecht plakplastic niet omdat de zandkorreltjes geen vaste ondergrond vormen.
Zuigende ondergronden moet men eerst met een voorstrijkmiddel behandelen.
Vóór het aanbrengen worden de banen op maat gesneden waarbij de ruitjes op de achterzijde een hulpmiddel zijn voor het knippen.
Het afdekpapier wordt aan de bovenkant ongeveer 20 cm verwijderd en het plakplastic wordt aan de wand bevestigd. Hierna wordt het overige papier van de rug weggetrokken.
Door deze werkwijze voorkomt men dat de onder- en bovenkant van de baan op elkaar plakken.
De volgende baan kan de vorige het beste 0,5 cm á 1 cm overlappen. Voor het aandrukken gebruikt men een rubberrol.
Men moet er speciaal op letten dat er geen luchtblazen ontstaan. Ook de naden moeten zorgvuldig aangedrukt worden.
Hiervoor kan men geen plastic nadenroller gebruiken omdat het motief in deze roller door de folie wordt over genomen.
Bij het aanbrengen dient men met een geringe krimp rekening te houden.
Plakplastic is lichtecht, vet- en vlekvrij en kan met een vochtige doek schoongemaakt worden.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 

Plakselvlekken

 
In eerste instantie is het noodzakelijk, dat men plakselvlekken op een wandbekleding voorkomt.
Hiervoor is noodzakelijk dat men secuur en netjes werkt.
Het gereedschap, de plaktafel en de omgeving dient men zo schoon mogelijk te houden.
Indien plakselvlekken zijn veroorzaakt, dan bepaalt de wandbekledingssoort of deze vlekken te verwijderen zijn. Het gebruik van vlekvrije plaksoorten verdient, indien dit mogelijk is, de voorkeur. Bij de afwasbare behangsoorten kunnen plakselvlekken worden verwijderd.
Voor vinylwandbekledingen is een speciaal reinigingsmiddel in de handel waarmee ook vlekken, na droging, verwijderd kunnen worden.
Zie: Afwasbaar maken van behang. Afwasbaarheid
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Plaksoorten  
Zie: Plakmiddelen  
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Plaktafel  
Dit gereedschap, ook wel behangerstafel genoemd, moet aan verschillende eisen voldoen.
Het moet stevig zijn en een glad bovendek hebben, waarbij de werkhoogte goed moet zijn. Daarnaast moet het opvouwbaar, goed hanteerbaar, licht in gewicht, gemakkelijk te verplaatsen en te vervoeren zijn. De plaktafels worden in twee- en driedelige uitvoering geleverd waarbij het blad van triplex en het onderstel van hout of metaal is gemaakt. In onderstaande tabel een overzicht van de verkrijgbare plaktafels.
lengte breedte hoogte onderstel aantal delen
2.00 57/58 75 hout 2
2.00 57 85 metaal 2
2.00 100 85 metaal 3
2.30 57 80 oprolbaar -
2.50 57 85 hout 2
2.70 57 85 metaal 3
3.00 58 75 hout 3

In sommige plaktafels zijn magnetische houders aangebracht om de oprolbare snijlineaal vast te houden.
Naast de plaktafels zijn er nog hulpstukken verkrijgbaar o.a. losse verlengstukken van 1 m. lengte. Tevens zijn er losse bladen, die aan de tafel bevestigd kunnen worden, te leveren. Hierop kan men ingestreken banen laten inweken of gereedschap wegleggen.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Plakvoorschriften  
Zie: Verwerkingsvoorschriften  
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Plamuurmes  
Voor het repareren van gaten, etc. met gips of ander vulmaterlaal gebruikt men plamuurmessen.
Deze messen worden in verschillende breedten van 2 tot ca.12 cm in de handel gebracht.
Na beëindiging van het werk moeten deze gereedschappen goed schoongemaakt worden om roestvorming te voorkomen.
Voor het repareren van gaten in muren en plafonds kan men ook gebruik maken van een plekspaan of een houten strijklat. Deze laatste is 7 cm breed en ongeveer 50 cm. lang.
In de lengte wordt aan de lat een schuine kant geschaafd, waardoor ze goed voor het vlakstrijken is te gebruiken.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Plastiekbehang plakken  
Zie: Verwerkingsvoorschriften  
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Plastic strijker  
Deze strijker of spatel wordt speciaal gebruikt om blaasjes onder vinylwandbekleding te verwijderen.
Tijdens deze behandeling moet de strijker van boven naar beneden of omgekeerd worden voortbewogen.
In de dwarsrichting moet men deze plastic strijker niet gebruiken omdat hierdoor sommige stucturen van een vinylwandbekleding gedeformeerd (verwrongen) kunnen worden.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Pleisterwerk behangen  
Een pleisterlaag is samengesteld uit 2 delen kalk en 1 deel gips.
Door het gebruik van kalk is nieuw pleisterwerk alkalisch.
Deze alkaliteit wordt minder naarmate de kalkdelen de gelegenheid krijgen om af te binden. Tijdens dit proces keert kalk weer in zijn oorspronkelijke vorm van koolzure kalk terug. Zolang kalk nog niet is af- gebonden, is er nog vrije kalk aanwezig. Juist deze kalk is erg alkalisch en voor onze wandbekieding bijzonder schadelijk en agressief. De vrije kalkdelen zetten zich tijdens het droogproces aan de oppervlakte en in de poriën van de pleisterlaag af.
Na verloop van tijd zullen ook deze vrije kalkdelen door opneming van koolzuurgas uit de atmosfeer in onoplosbaar calciumcarbonaat (krijt) worden omgezet. Aangezien de pleisterlagen niet dik zijn, zal dit proces binnen 1 á 2 maanden voltooid zijn.
Omdat de vrije kalkdelen het behang en speciaal de kleuren hiervan aantasten is het noodzakelijk dat we een neutrale ondergrond krijgen. Indien men niet langer kan wachten, kan men als noodmaatregel een fluateringsmiddel gebruiken. (Neutraliseren langs de natuurlijke weg verdient de voorkeur).
Bij het gebruik van een fluateringsmiddel op pleisterwerk moet men er rekening mee houden dat, door de gipsdelen, giftig fluorwaterstofzuur wordt gevormd.
Dit zuur tast de slijmvliezen aan.
Men kan in plaats van fluisteren ook een vochtwerende poreuze laag aanbrengen alvorens men gaat behangen.
Het is ten alle tijden noodzakelijk dat men de wanden eerst met hard grondpapier beplakt.
Zie: Mortel, Blauw pleisterwerk, Nieuwbouw, Fluateringsmiddel
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 

Plekspaan

 
Zie: Plamuurmes  
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Plintsnijder  
Dit apparaatje is enigszins te vergelijken met een grote glassnijder. Het mesje is van speciaal gehard staal gemaakt.
Vóór het afsnijden van het behang langs de plint, legt men onder dit behang eerst een plaatje zink.
De mesjes voor dit apparaatje zijn los verkrijgbaar.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Plooien  
Na het instrijken van het behang worden de banen dubbelgeslagen en kunnen op elkaar weggelegd worden.
Bij zware luxe papieren, zware brijdruksoorten, imitatie-Lincrusta, etc. kan deze methode, zonder meer niet toegepast worden. Door het vouwen heeft men alle kans dat de verf- of vernislaag breekt.
Om dit te voorkomen moet men er voor zorgen dat er geen plooien ontstaan. Daartoe kan men in de vouw een rolletje grondpapier leggen waardoor de plooi niet plat gedrukt kan worden.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Polystyreenschuim (platen, Rollen)  
De rollen, banen of platen schuimplastic zijn gemaakt uit polystyreen. Dit produkt wordt gemaakt uit styreen.
Styreen is een dunne vluchtige vloeistof gefabriceerd uit aetyleen en benzeen.
De scheikundige brutoformule van styreen is C6H5CH=CH2
Styreen of ook wel vinylbenzol genoemd, is de grondstof voor verschillende andere materialen o.a. styreen alkydhars, styreen-butadieen en polystyreen, etc.
Polystreen wordt bereid door styreen, wat een vloeistof is, te verhitten met behulp van een katalysator. Hierdoor polymeriseert deze vloeistof spontaan in een vaste, harde, brosse en heldere stof.
Van dit polystyreen maakt men het zgn. harde schuimplastic door aan de kunststof tijdens de fabricage een gasvormend middel toe te voegen. Hierdoor ontstaat gasvorming en is schuimplastic gevormd. Dit schuimplastic is gevoelig voor chloor, aromatische koolwaterstoffen en ethers. Het is daarom belangrijk dat men dit materiaal met een speciaal daarvoor bestemd plaksel aanbrengt.
Terzijde kan vermeld worden dat o.a. de bekende plafondtegels die van dit materiaal zijn vervaardigd niet met verven kunnen worden geschilderd die organische oplosmiddelen bevatten. In dit geval is het aan te bevelen een dispersieverf te gebruiken. Polystyreenschuim wordt gebruikt voor de vochtbestrijding. Voor dit doel wordt het geleverd in rollen van 10 meter lengte en 1 meter breed en in platen van 3 meter lang en 1 meter breed.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Polyvinylacetaat  
Zie: Plakmiddelen
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Polyvinylchloride  
is een vrij sterk materiaal. Het behoort tot de grote groep van vinylplastics.
Deze grote groep kunnen we verdelen in;
a. enkelvoudige polymeren
-polymere vinylesters
-polymere vinylethers
b. copolymerisaten
c. gemodificeerde vinylesters
P.v.c. behoort in deze indeling, tot de polymere vinylesters en wordt o.a. gebruikt met toevoeging van weekmakers voor het maken van vinylwandbekledingen.
Het monomeer vinylchforide kan men op verschillende manieren maken. De meest toegepaste manier is uit te gaan van twee gassen n.l. etheen of ethyn en chloorwaterstof (zoutzuurgas).
Etheen met de scheikundige brutoformule C2H4 ontstaat bij het kraken van petroleum.
Ethyn met de scheikundige brutoformule C2H2 kennen we beter als carbidgas of acetyleengas.
Om nu vinylchloride te krijgen (we spreken nog niet over "poly"vinylchloride) kan etheen of ethyn en chloorwaterstof samengebracht worden. Hierbij gebruikt men een katalysator en een temperatuur van boven de 100°C.
Als katalysator gebruikt men meestal kwikchloride op koolstof. Soms wordt ook wel bariumchloride en kwikchloride gebruikt.
Scheikundig gezien verloopt dit proces met ethyn als volgt; HC -- CH + HCl - H2C = CHCl
Het nu gevormde vinylchloride wordt afgekoeld en tot een hoge graad van zuiverheid gedistilleerd.
Nu moet hiervan nog polyvinylchloride gemaakt worden.
Ook dit proces kan op verschillende manieren gebeuren.
Eén van de manieren is om hiervoor zeep, opgelost in water te gebruiken.
Hiermede wordt dan vinylchloride geëmulgeerd. Ook hierbij maakt men gebruik van een katalysator bijv. een peroxyde terwijl de reactie plaatsvindt bij een temperatuur van ongeveer 50°C. We hebben nu een vloeistof waarin zich een vaste stof in fijn verdeelde toestand bevind. Men noemt dit een suspensie.
Om het polyvinylchloride vrij te krijgen, moet uit deze suspensie nog het water verwijderd worden.
We houden tenslotte een wit reukloos poeder over dat bij de fabrikanten van vinylwandbekledingen in een bepaalde korrelfijnheid aankomt.
Polyvinylchloride zoals het hierboven is gemaakt is een harde, brosse kunststof.
Met weekmakers vormt het een elastisch, soepel en gemakkelijk te kleuren materiaal.
Zie: Vinylwandbekledingssoorten
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Polyvinylfluoride  
Dit materiaal behoort eveneens toe tot de grote groep van vinylplastics. Het wordt als folie in de handel gebracht en heeft vele goede eigenschappen.
Het is bestand tegen agressieve zuren, alkaliën, vetten, etc. Ook heeft het een grote slijtweerstand en weerbestendigheid. Door deze bijzondere eigenschappen wordt het toegepast als toplaag voor vinylwandbekledingen.
Hierdoor wordt, door dit chemisch vrijwel inerte materiaal, aan deze wandbekleding een extra bescherming gegeven.
Ballpoint, lipstick, wascokrijt, schoensmeer, rookaanslag, etc. kunnen verwijderd worden zonder dat de wandbekleding wordt beschadigd. Zelfs schoonmaakmiddelen zoals aceton, thinner e.d. kunnen worden gebruikt.
Vinylwandbekleding kan met deze laatst genoemde middelen niet gereinigd worden omdat de p.v.c. laag hierdoor oplost.
Zie: Vinylwandbekledingssoorten
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Poreusheid van muren  
Voor het plakken van een wandbekleding is het noodzakelijk dat de ondergrond niet poreus is.
Hierdoor zal het vocht uit het plaksel niet in de ondergrond wegschieten.
Men kan het inschieten of inzuigen tegen gaan door de wand met een voorstrijkmiddel te behandelen.
Door dit voorstrijkmiddel, dat grote moleculen bevat, worden de poriën van de muren afgesloten.
De poreusheid van muren is ook van toepassing op de buitenzijden, we spreken dan over regendoorslag.
We kunnen de muur dan wel niet dicht maar wel waterafstotend maken met verschillende waterafstotende materialen.
Zie: Vochtbestrijding
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Poreuze buizen  
Zie: Knapen syfons  
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Poreuze lagen  
Zie: Vochtbestrijding  
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Poreuze steen  
Zie: Vochtbestrijding
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Precisie-snijlineaal  
Voor betere en zware wandbekledingssoorten zoals bijv. Tekko, Salubra, grasweefsel, velouté, bepaalde soorten vinylwandbekleding, etc. die stotend geplakt moeten worden, gebruikt men voor het verwijderen van de zelfkant een precisie-snijlineaal.
Zo'n lineaal is 2,45 lang en bestaat uit een stalen rij van Zweeds staal die op een populierhouten onderlegplank is gemonteerd.
Op de stalen rij is een verschuifbare stede gemonteerd die noch rechts noch links kan uitwijken. In de stede is een scheermesje bevestigd, dat gemakkelijk aangebracht en verwijderd kan worden.
De droge baan schuift men tussen de stalen rij en de plank en met de slede wordt de zelfkant recht en rafeloos verwijderd.
De snede, die men met dit apparaat verkrijgt is steeds constant en tot in onderdelen van millimeters nauwkeurig recht.
Het apparaat is wat kostbaar maar bij goed onderhoud vrijwel onverslijtbaar. Doordat men keurig werk levert is het apparaat niet te duur in aanschaf.
Naast de stalen precisie-snijlineaal wordt ook een verchroomde zgn. roestvrije uitvoering geleverd.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Profielkam  
Voor behangwerk moet men vaak van bepaalde profielen een mal op papier of andere wandbekleding tekenen.
Dit is nodig om het behang precies te laten aansluiten. Dit karwei is over het algemeen tijdrovend en dus kostbaar.
Een afschrijver of profielkarn is tijdbesparend en verhoogt de kwaliteit van het werk.
Een profielkam bestaat uit een frame van geperst metaal en is 15 cm lang. In dit frame zijn een aantal verschuifbare naalden aangebracht. Wanneer men de naalden tegen een geprofileerd vlak drukt, verschuiven de naalden en nemen de uiteinden precies de vorm van het profiel over. Deze naalden blijven in die vorm staan zodat dit op de juiste plaats op het behang kan worden overgebracht.
Om het profiel van een groot vlak over te nemen kan men twee profielkammen tegen elkaar zetten.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Propaangas  
Dit gas behoort tot de groep verzadigde koolwaterstoffen of alkanen. Ze worden zo genoemd omdat deze koolwaterstoffen geen waterstof meer kunnen opnemen.
Men gebruikt dit gassoort uit speciale stalen flessen, voornamelijk voor het afbranden van schilderwerk en als warmtebron voor het afstoomapparaat.
De inhoud van deze flessen bestaat uit een mengsel van propaan met propeen en kleinere hoeveelheden andere verbindingen.
Propaangas met de formule C3H8 komt voor in aardgas en tevens is het een bijprodukt van de benzine- en petroleumdestillatie. Bij een kwikdruk van 76 mm en 15°C is propaan een gas.
Bij een druk van - 8 atm. en 150°C is het vloeibaar en goed te comprimeren (grote hoeveelheid in een kleine fles).
Het is reukloos en een niet-giftig gas waaraan een reukstof ter controle wordt toegevoegd.
Propaan met lucht of zuurstof is brandbaar en explosief. Daarbij is dit gas zwaarder dan lucht en blijft daarom langs de bodem hangen.
Het is daarom belangrijk dat men alle voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen, ter voorkoming van lekkage en breuk, in acht neemt. Naast natuurlijke ventilatie zal men ook aandacht moeten besteden aan de ventilatie langs de vloer.
Lege flessen moet men altijd afsluiten omdat anders nog restanten kunnen ontsnappen.
Tracht nooit door middel van verwarming, de gasproduktie op te voeren. Dit is ook verboden volgens art. 18 + 163 van het veiligheidsbesluit voor fabrieken en werkplaatsen.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Propaan-gasslang  
Niet alleen aan de gasslang maar aan alle onderdelen van een afstoomapparaat moet men de nodige aandacht besteden.
In de eerste plaats moet de slang van deugdelijke en goede kwaliteit zijn gemaakt. Zij moet bestand zijn zowel tegen propaan als tegen hoge druk.
Het beste kan men slangen gebruiken met een inwendige middellijn Van 5/16" en een minimum wanddikte van 4 mm.
De wand moet inwendig versterkt zijn met twee canvaslagen.
Het spreekt van zelf dat alle onderdelen van een afstoomapparaat goed sluitend moeten zijn.
Om het losschieten van de gasslangen te voorkomen is het belangrijk dat deze doormiddel van goede slangklemmen worden vastgezet.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Puimsteen  
Deze steensoort is een glasachtig, gestold lavaschuim dat ontstaat na vulkanische uitbarstingen.
Het is een lichtgesteente hetgeen het gevolg is van de porositeit van dit materiaal. Puimsteen bestaat voornamelijk uit 70% silicumdioxyde en ongeveer 15% leem. De overige 15% bevat kalk, magnesia, kalium, natrium, ijzeroxyde en water.
Het heeft een laag soortelijk gewicht n.l. ca. 2.
Puimsteen wordt vanuit Italië in de handel gebracht in drie kwaliteiten. De kwaliteit grossa bestaat uit grote stukken. De kleine stukken worden aangeduid met pezzame, terwijl de fijn korrelige of asachtige als rassaglie e lapillo in de handel komt.
Vanuit Duitsland wordt eveneens puimsteen ingevoerd. Deze puimsteen wordt in de Eifel gevonden in de vulkanische aslagen.
Puimsteen wordt voornamelijk gebruikt om gegronde wanden af te schuren (afpuimen).
Het beste zijn hiervoor de middelzware stukken, met niet te grove poriën, geschikt.
Aan de puimsteen wordt vóór het gebruik een schuurvlak gemaakt. Hiertoe kan men de puimsteen dwars op de draad doorzagen waardoor een vlakke kant ontstaat.
Voordat men gaat schuren moet de puimsteen eerst over een ruw oppervlak gehaald worden. Eventuele harde delen, ook wel "dorens" genoemd worden hierdoor verwijderd.
Zie: Afpuimen
Bovenzijde pagina  
   
   
Neem even contact met ons op voor een persoonlijk advies
Beginpagina Van Apeldoorn Schildersbedrijf  
home | projecten | onderhoudNL | alg.voorwaarden | subsidie-info | verklaringen | alles over verf
alles over glas | alles over behang | alles over kleur | 4 seizoenen | links | sitemap | sponsoring | actueel |
vacatures | contact