|
Behang
encyclopedie
|
||
![]() ![]() |
Behangen? |
|
|
|
||
|
|
||
| Salicylzuur | ||
| Dit zuur wordt in de scheikunde ook wel
ortho-oxibenzoë zuur genoemd. Het is moeilijk oplosbaar in water en
gemakkelijk in alkohol. Het wordt gebruikt als conserveringsmiddel. In dit verband kan het ook gebruikt worden om de duurzaamheid van kookplaksels te verhogen. |
||
|
|
||
| Salpeterverwerking aan binnenmuren | ||
| Zie: Vochtbestrijding | ||
|
|
||
| Salubra aanbrengen | ||
| Zie: Tekko aanbrengen, Verwerkingsvoorschriften | ||
|
|
||
| Scheuren in plafonds en muren | ||
| Zie: Reparatiewerk, Dichtingsmiddelen voor muren | ||
|
|
||
| Scheuren van behang | ||
| Vooral op een linnen ondergrond kan het
scheuren van behang voorkomen. Als mogelijke oorzaken zouden wij hiervoor kunnen noemen: a. de tengellatten. Indien deze onvodoende aan de muur bevestigd zijn. Ook door trillen van de wand bijv. bij herhaaldelijk dichtslaan van deuren kunnen scheuren ontstaan. b. het linnen. Indien het linnen niet zuiver en recht op de draad is gespannen ontstaan er, meestal tengevolge van de temperatuur, een onregelmatige rek. Niet het linnen scheurt maar wel het behang. Wanneer de spanning op het linnen te groot wordt, dan zal het linnen z.g.n. door de spijkers worden heen getrokken. e. het grondpapier. Indien grondpapier onvoldoende is ingeborsteld zal er spanningsverschil ontstaan. Het overbehangen op een nog niet voldoende droog zijnde ondergrond veroorzaakt eveneens spanningen met als gevolg het scheuren van papier. d. de drogingstemperatuur. Een regelmatige kamertemperatuur is het beste om behang te laten drogen. Door het snel laten oplopen van deze temperatuur o.a. bij centrale verwarming verdampt het vocht uit het plaksel te snel, het papier kan deze werking dan niet volgen en scheurt. Hetzelfde is het geval bij tocht, ook hierbij wordt de droging geforceerd. |
||
|
|
||
| Schietlood | ||
| Het is noodzakelijk dat de eerste baan
en zeker die van een streepmotief "te lood" wordt gezet. Om een lijn zuiver vertikaal te zetten maakt men gebruik van een schietlood met koord. Dit schietlood bestaat uit een metalen cylinder, meestal van messing met een afschroefbare kop voor de bevestiging van het koord. Deze draad loopt door het hart van een vierkant klosje waarvan de opening een zodanige diameter heeft, dat het koord zonder klemmen gemakkelijk heen en weer kan glijden. De diameter van de cylinder moet één mm minder zijn dan de zijde van het klosje. Bij het loden komt de cylinder dan een halve mm vrij te hangen. Hangt het schietlood tegen een stijl dan zeggen we dat het lood "sleept". Het lood "vliegt" als het vrij hangt. Tevens is er een elektrisch schietlood, al zal dit door de behanger maar weinig gebruikt worden. Dit apparaat bestaat uit een anderhalve meter lange koker van licht metaal waarin een schietlood hangt. Boven in de koker kunnen 3 lampjes op een batterij branden. De buitenste lampjes zijn rood, de binnenste groen. Als het groene lampje brandt staat de zaak "te lood". Het schietlood maakt dan geen contact met de twee niet oxyderende contactpunten aan weerszijden in de koker. |
||
|
|
||
| Schilderskatoen | ||
| Zie: Doeksoorten | ||
|
|
||
| Schilferende muur behangrijp maken | ||
| Schilfering op muren kan verschillende
oorzaken hebben. Eén of een combinatie van oorzaken zorgt ervoor dat er onderlinge spanningsverschillen ontstaan met als gevolg dat de hechting met de ondergrond wordt verbroken. Als mogelijke oorzaken zijn aan te wijzen: a. vochtopname, waardoor zwelling van een muurverflaag. b. geen vet- of aanslagvrije ondergrond. c. onvoldoende geschuurde, dus te gladde, ondergrond. d. verf op een poederende ondergrond aangebracht. e. afgewassen muren en verf verwerkt voordat de muren droog waren. Op een schilferende muur kan zonder meer geen behang aangebracht worden. Men dient in ieder geval losse verfdeeltjes te verwijderen. Veiligheidshalve is het beter als de gehele verflaag wordt afgeschoven of afgewassen. Indien het niet mogelijk is de oude verflaag in z'n geheel te verwijderen, moet de muur met een voorstrijkmiddel worden behandeld. Hierdoor worden eventuele losse deeltjes vastgezet. Het verdient aanbeveling hiervoor een met water afdunbaar voorstrijkmiddel te gebruiken. Na voldoende droogtijd in acht te hebben genomen kan men met gronden gaan beginnen. |
||
|
|
||
| Schimmel op en onder behang op gepleisterde muren | ||
| Schimmels (ook wel zwammen genoemd) kunnen
zich onder verschillende omstandigheden ontwikkelen. Een vochtige omgeving, condensvocht, warmte, slechte ventilatie en de aanwezigheid van een goede voedingsbodem spelen een belangrijke rol. Daarom zal in een tochtig vertrek ook geen zwamvorming kunnen plaats vinden. Komt schimmel op een reeds behangen muur voor dan zal het plaksel in eerste aanleg als geschikte voedingsbodem een belangrijke rol gaan spelen. Het behang en de manier van aanbrengen heeft in dit geval niets met de schimmelvorming uit te staan. Schirnmelvorming treft men in eerste instantie aan in de hoeken van de muur. Dit komt omdat op die plaatsen de vocht- en warmteconcentratie het hoogste is. De ventilatie is daartegen in de hoeken het minste. Als schimrnelvorming zich in de hoeken openbaart, dan kan men er zeker van zijn dat de gehele muur is aangetast ook al zijn de sporen onzichtbaar. De schirnmelsoort die op de muren ontstaan zijn o.a. a. een familiesoort van de aspergilliusniger. b. een familiesoort van de penicillinium. Deze laatste is de meest voorkomende schimmelsoort, maar ook een belangrijk bestanddeel, voor een geneesmiddel. Beide soorten planten zich d.m.v. sporen snel voort. Om de schimmel te bestrijden moet eerst alle behang worden verwijderd en de muur goed worden afgerost met staalborstels en bij voorkeur met warm sodawater. Het is daarbij niet uitgesloten dat ook de pleisterlaag is aangetast en zal loslaten. Na reparatie moet de muur met een schimmelwerend preparaat worden behandeld. Naast de in de handel zijnde gebruiksklare preparaten op basis van natriumpentachloorfenol of kwiknaftenaat kan men ook gebruik maken van 1 deel handelsformaline 40% opgelost in 9 delen water. Na droging kan men dan opnieuw een wandbekleding gaan aanbrengen. Het verdient daarbij aanbeveling aan het plaksel, in water opgelost salicylzuur, ter voorkoming van bederf toe te voegen. Voor dit doel wordt ook wel 30 gram aluin aan één kg plaksel toegevoegd. Buiten deze voorzorgsmaatregelen om, is het noodzakelijk dat men voor een goede ventilatie zorgdraagt. Mogelijk kan men een raamventilator adviseren waardoor het overtollige vocht kan worden afgevoerd. |
||
|
|
||
| Schoonmaken van behang- en wandbekledingen | ||
| Zie: Afwasbaarheid, Reinigingsmiddelen, Nicotine-aanslag, Vinylwandbekleding | ||
|
|
||
| Schoon plakken | ||
| In veel gevallen zal het voorkomen dat
behang met een rand, baquet of koordje wordt afgewerkt. Maar het komt ook voor dat men behang aan moet brengen zonder dat hierna een van de afwerkingsmaterialen wordt gebruikt. Het is van belang dat men behang goed afplakt zonder plakselvlekken aan het plafond o.i.d. Vóór het behangen van een wand vouwt men eerst enige cm van de bovenkant van de baan om. Hierdoor voorkomt men dat plaksel tegen het plafond komt. Na het op de juiste plaats aanbrengen van de baan moet men langs het plafond het behang met de schaar afkrassen en zuiver op maat knippen. Het is af te raden en onjuist om eerst een strook behang langs de bovenkant van de muur te plakken en hierna de banen aan te brengen. Bij veel behangsoorten zal hierdoor een verdikking langs het plafond te zien zijn. |
||
|
|
||
| Schoonstomer | ||
| Zie: Afstoomapparaat | ||
|
|
||
| Schoorsteendecoraties | ||
| Dit zijn met de hand bedrukte afbeeldingen die uit één rol bestaan en speciaal gemaakt zijn voor de boezem van de schoorsteen. Naast de voorstelling is er rondom het motief nog voldoende neutraal gedessineerd behang over om een groot oppervlak te bekleden. | ||
|
|
||
| Veel gemak kan men bij het werk hebben
van een schroevendraaier. Hij dient gebruikt te worden voor het in- en uitdraaien
van schroeven en niet, zoals veel gebeurt, als breek- of wringgereedschap.
Schroevendraaiers komen in verschillende uitvoeringen en afmetingen voor.
Bij de aanschaf moet men er goed op letten, dat het handvat goed aan het
ijzeren gedeelte verbonden is en makkelijk in de hand ligt. Bij de inhoud van een kornplete behangerskist is een goede schroevendraaier aanwezig. |
||
|
|
||
| Schroten | ||
| Zie: Tengels | ||
|
|
||
| Schuieren | ||
| Zie: Gronden | ||
|
|
||
| Schuine kant spannen | ||
| Het kan voorkomen, dat een te bespannen
wand niet rechthoekig is, maar een of andere schuine kant heeft. De zolder-
en dakkamertjes zijn hiervoor berucht. Het behanglinnen knipt men als gewoonlijk op maat af voor het te bespannen vlak. Men legt het linnen aan en spijkert dit voorlopig met enkele nageltjes op zijn plaats. Dan spijkert men eerst de bovenkant vast. Inslag maken van enkele centimeters (op de draad) en in het verband. Nu komt de schuine kant. Men maakt geen inslag. Wel is het van het grootste belang, dat de draad van het linnen recht blijft! Schering en inslag dus steeds rechthoekig op elkaar houden. Dit voorkomt ongewenste spanningen, die zich later zouden wreken. De spijkers plaatst men dan ook met de draad en de structuur van het linnen mee, namelijk rechthoekig onder en naast elkaar en nimmer schuin van boven naar onder. Heeft men de schuine kant klaar, dan spant men de twee overgebleven kanten op de normale manier af. De schuine kant van het linnen, dat men wellicht iets te ruim genomen heeft, snijdt of knipt men netjes binnen de perken af en voordat men gaat plakken, geeft men de tengel een streek met de plakselkwast. |
||
|
|
||
| Schuimbetonnen wand behangen | ||
| Schuimbeton bestaat uit een mengsel van
zand, cement en water waaraan een schuimmiddel is toegevoegd. Als schuimmiddel
wordt aluminium of zinkpoeder gebruikt. Door de gasontwikkeling, die deze middelen veroorzaken, worden a.h.w. cellen gevormd waardoor een poreuze betonsoort ontstaat. Deze produkten zijn bekend onder de namen Siporex-, Aerecrete- of Duroxstenen. Als men een wand, die van dit materiaal is gemaakt, moet gaan behangen, dan dient men vooral rekening te houden met de sterke poreusheid en alkaliteit. Door de aanwezigheid van cellen zal op deze wand het plaksel sterk inzuigen als geen goede voorbehandeling is toegepast, waarbij het niet uitgesloten is dat een wandbekleding blaasvorming gaat vertonen. In de eerste plaats zal men daarom deze wand moeten egaliseren zodat de cellen zijn gedicht. Hierdoor voorkomt men dat lucht uit de cellen de wandbekleding opdrukt. Voor het egaliseren kan men verschillende dichtingsmiddelen gebruiken. Daarbij moet men geen kalk gebruiken i.v.m. de aanwezigheid van alkaliën. Na droging moet men controleren of het nodig is dat de muur nog met een niet-verzepend voorstrijkmiddel wordt behandeld. Men kan dit op een eenvoudige wijze controleren door de muur met water nat te maken. Wordt het water opgezogen dan is voorstrijken noodzakelijk. Na voldoende droogtijd in acht te hebben genomen kan men grondpapier gaan aanbrengen en verder afwerken. |
||
|
|
||
| Schuurmiddelen | ||
| Om een mooie gave ondergrond te verkrijgen
is het noodzakelijk dat men de ondergrond schuurt. Elke onregelmatigheid in de wand, is na het aanbrengen van een wandbekleding te zien vooral als men strijkverlichting heeft aangebracht. De volgende schuurmiddelen kunnen worden gebruikt: 1. natuur-puimsteen. 2. kunst-puimsteen. 3. schuurpapier: a. glaspapier, b. flintpapier, c. zandpapier, d. granaatpapier. Zie: Aanhechten, Adhesie |
||
|
|
||
| Schuurpapier | ||
| Zie: Schuurmiddelen, Glaspapier, Flintpapier, Zandpapier, Granaatpapier | ||
|
|
||
| Schuurwerk behangen | ||
| Zie: Ruw geschuurde muur behangen | ||
|
|
||
| Scotchgard-behandeling | ||
| Doeksoorten en bespanningsstoffen hebben
over het algemeen de eigenschap snel vocht-, vet en vuil te laten hechten.
Om deze slechte eigenschappen te voorkomen, verdient het aanbeveling deze stoffen een scotchgard-behandeling te geven. Scotchgard is een chemisch produkt dat alle textielsoorten, bestaande uit zowel natuur-, kunst-, of synthetische vezels, een goede bescherming geeft tegen vet- en vochtvlekken. Door deze behandeling kunnen water en vuil niet meer aan deze stoffen hechten. Naast de normale bekledingssoorten worden enkele soorten uitsluitend geleverd nadat zij een scotchgard-behandeling hebben ondergaan. |
||
|
|
||
| Sierkoord | ||
| Zie: Behangkoord | ||
|
|
||
| Sierkoordspijkers | ||
| Zie: Behangkoordnagels | ||
|
|
||
| Sierlijst | ||
| Zie: Baquetten | ||
|
|
||
| Sierstrip | ||
| Dit afwerkingsmateriaal bestaat uit een
zelfklevend sierfolie van 20 mm breed. Het assortiment omvat metaal- en koperkleurige dessins. Ook als imitatie hout en unis wordt het in de handel gebracht. Zij worden geleverd op rollen van 5 en 25 meter lengte. |
||
|
|
||
| Silicaten | ||
| De meest bekende silicaten zijn natron-
en kalisilicaat. De eerste is voor ons doel niet geschikt. Kaliumsilicaat wordt verkregen uit kaliumoxyde (K20) en siliciumdioxyde (Si02), bekend als zand. Hieruit ontstaat silicaat of waterglas dat een kleurloze vetachtige vloeistof is en dat met water verdund kan worden. De scheikundige reactie van kaliumsiliciaat ziet er als volgt uit: SiO2 + 2KOH -> K2SiO3 + H2O ^ Omdat een silicaat alkalisch is, kan het alleen met kalkechte pigmenten gemengd worden, indien een gepigmenteerde i.p.v. een blanke afwerking wordt vereist. Zuurhoudende pigmenten zoals loodwit, chromaatgeel en ultramarijnblauw zijn ongeschikt omdat deze in waterglas verkleuren. Gipshoudende pigmenten geven bij menging een korrelige onbruikbare massa. Het werken met silicaatverf eist grote vakmanschap. De verven mogen niet in de volle zon of op een warme ondergrond verwerkt worden, waarbij de lucht niet te vochtig mag zijn. De ruiten en het andere schilderwerk moet tegen spatten beschermd worden. De ondergrond moet goed droog en schoon zijn. Zuigende ondergronden moeten eerst met verdunde silicaat worden voorgestreken. De opeenvolgende verflagen moeten steeds meer water bevatten omdat anders bladdervorming kan optreden. De gebruikte kwasten moeten na afloop onmiddellijk met water worden gewassen en in azijnwater worden uitgespoeld waardoor de silicaatdelen geneutraliseerd worden. Silicaatverven kunnen zeer goed gebruikt worden om regendoorslag te bestrijden. Voor binnenwerk is waterglas niet aan te bevelen omdat met dit materiaal de gehele wand wordt afgesloten. Hierdoor zal waterdamp uit het vertrek condenseren, met als gevolg, dat het plaksel aan de rugzijde van een wandbekleding door condensvocht wordt aangetast. De kleefkracht gaat verloren waardoor de wandbekleding van de wand loslaat. Zie: Vochtbestrijding |
||
|
|
||
| Siliciumdioxyde | ||
| Zie: Silicaten | ||
|
|
||
| Siliconenpreparaten | ||
| Siliconen is een verzamelnaam voor een
groep polymeren, die ontstaan door chemische reacties van silicium, koolstof
en zuurstof. Ze worden, door het silicium (kiezel), gerekend tot de anorganische verbindingen. Met organische verbindingen o.a. minerale olie worden ze gebonden en zijn geschikt voor de bestrijding van regendoorslag. Om een behandeling met siliconenpreparaten toe te passen zijn de volgende motieven aanwezig: a. de muren worden waterafstotend, doch niet waterdicht. De wand kan blijven ademen en de gassen, dus ook waterdamp, kunnen ontwijken. b. de erosie van het oppervlak wordt sterk tegengegaan omdat het water geen gelegenheid krijgt om in de muur te dringen. c. de behandeling is volkomen onzichtbaar. d. het wit uitslaan van de muur (het zgn. "uitsalpeteren") wordt voorkomen. De genoemde witte uitslag wordt veroorzaakt door de zouten, die door water opgelost, tijdens een droge periode zichtbaar worden. e. het groen uitslaan tengevolge van mos- en schimmel aangroei komt niet voor. f. het muuroppervlak blijft langer schoon. g. de muur behoudt zijn warmte-isolerende eigenschappen. h. de levensduur van de siliconenlaag wordt bij een goede behandeling minimaal voor 5 jaar gegarandeerd. Uitgaande van de structuur kunnen siliconenpreparaten, ter bestrijding van regenwater, bestaan uit: a. natriummethyisiliconaat opgelost in water. b. siliconhars opgelost in 50% tolueen. c. siliconharsemuisie in water. De werking van deze preparaten berust op een hoge oppervlaktespanning waardoor ze vocht tot grote druppelvorming dwingen en welke zo niet in de poriën van de muur kan dringen. Siliconenpreparaten dringen bij de verwerking ongeveer 0,5 cm in het muuroppervlak. Vóór het verwerken van de siliconenpreparaten moeten eerst de nodige voorzorgsmaatregelen genomen worden: a. de muren moeten eerst schoongemaakt worden door borstelen en/of afwassen met ammonia of soda. Hierna moet men de muren met schoon water nawassen en laten drogen. b. indien noodzakelijk, zullen deze eerst gerepareerd moeten worden. Beschadigde of losse voegen moeten eerst hersteld worden. e. sommige siliconenpreparaten zijn met water, andere met terpentine afdunbaar. De met water afdunbare soort moet in éénmaal en zeer ruim worden opgebracht. Zgn. "heilige dagen" moet men daarbij voorkomen. Een tweede laag opbrengen lukt niet omdat deze niet meer pakt. Het verdunningsmiddel wordt door de siliconen afgestoten. d. de met terpentine afdunbare soort kan men in twee lagen met de kwast of verfroller aanbrengen. Men is er dan zeker van, dat alle poriën door de siliconen zijn gedicht. |
||
|
|
||
| Sisalborstel | ||
| Zie: Voerpapier | ||
|
|
||
| Sisal hennepvezel | ||
| Om een muur tegen regendoorslag te behandelen
kan men gebruik maken van de sisalhennepvezels. Deze vezels worden in een zeer open laag d.m.v. een teerachtige substantie tussen twee lagen taai papier bevestigd. |
||
|
|
||
| Sisalvezels | ||
| Zie: Agave sisalana | ||
|
|
||
| Slagkoord | ||
| Zie: Smetkoord | ||
|
|
||
| Slaglint | ||
| Zie: Oprolbare snijlineaal | ||
|
|
||
| Slagmes | ||
| Dit gereedschap wordt gebruikt om de zelfkanten
van behangbanen te verwijderen. Het mes is 48 cm lang en 4 cm breed. Tevens is het aan beide kanten scherp geslepen. Naast de normale uitvoering wordt het ook verchroomd geleverd. Om de beste resultaten te verwachten moet men dit mes enigszins scheef ongeveer 70°' t.o.v. het papier houden. Met lange, krachtige halen langs het slaglint wordt het behang recht en scherp afgesneden. Niet bij alle behangsoorten kan men de zelfkant met dit gereedschap verwijderen. Bijv. bij een zwaar, gegrondeerd behang, ontstaan gemakkelijk naden; bij een brijdruk is de kans groot dat men het dessin stuk slaat. |
||
|
|
||
| Slanghouder | ||
| Ter voorkoming van het losschieten van
de slangen aan de gasfles en het afstoomapparaat, is het noodzakelijk dat
men doelmatige slangklemmen gebruikt. Men kan daarvoor niet zondermeer elke
slangklem gebruiken. Er zijn enkele soorten die in de praktijk goed blijken te voldoen. Het is aan te bevelen, bij de aanschaf, de leverancier hieromtrent inlichtingen te vragen. |
||
|
|
||
| Slede | ||
| Zie: Precisie-snijlineaal | ||
|
|
||
| Slengen | ||
| Zie: Linnen naaien | ||
|
|
||
| Slingeren | ||
| Zie: Linnen naaien | ||
|
|
||
| Smeerborstels | ||
| Zie: Insmeerborstel | ||
|
|
||
| Smetkoord | ||
| Om een lange lijn uit te zetten kan men
het beste gebruik maken van een smet- of slagkoord. Met een lineaal van niet voldoende lengte is men er niet zeker van dat een lijn zuiver recht is. Als smetkoord gebruikt men een dun vezeltouw. Dit touw wordt met een kleurstof, afhankelijk van de ondergrond, bestreken. Tussen twee uitgezette punten spant men het koord. Door in het midden enigszins op te lichten en op de wand te laten schieten ontstaat een lijn. Door de snelheid waarmee het koord op de wand komt laat de kleurstof los. |
||
|
|
||
| Snelwekend grondpapier | ||
| Zie: Grondpapier | ||
|
|
||
| Snijapparaten | ||
| Onder dit hoofd wordt al het snijgereedschap
in de ruimste zin van het woord, verstaan. We kennen: a. afrandmachines b. baguetzaag c. behangschaar d. plintsnijder e. precisie-snijlineaal f. snip (voor vinylwandbekleding) g. snijvin h. zelfkantsnijder Voor de beschrijving van deze gereedschappen klikt u op het woord. Zie: Aansluiten, Stoten |
||
|
|
||
| Snijbeugels | ||
| Zie: Handafrandmachine | ||
|
|
||
| Snijlat | ||
| De snijlat of korte stalen rij wordt gebruikt voor het passnijden van een binnenwaartse hoek, voor het straksnijden op een plint of rondom een raam- of deurkozijn. | ||
|
|
||
| Snijlineaal | ||
| Zie: Oprolbare snijlineaal, Precisie-snijlineaal | ||
|
|
||
| Snijmachines | ||
| Zie: Afrandmachine, Snijapparaten, Aansluiten, Stoten | ||
|
|
||
| Snijvin | ||
| Dit apparaatje is zeer geschikt voor het
snijden van vinylwandbekledingen. Het is speciaal bestemd om overlappende
delen door te snijden en daardoor naadloos te plakken. Het apparaatje bestaat uit een meshouder met handvat. In de meshouder wordt een scheermesje aangebracht. Voor men echter dit apparaatje gebruikt is het noodzakelijk dat met bijv. een stanleymes boven aan de beide banen een begin wordt gemaakt. Achter de doorgesneden banen brengt men de geleider aan waardoor wordt voorkomen dat men met het mesje in de wand snijdt. |
||
|
|
||
| Soda | ||
| Een andere naam voor dit alkalische materiaal
is natriumcarbonaat. We kennen het in 3 vormen met de daarbij behorende
scheikundige brutoformule. Deze 3 vormen zijn: watervrije soda Na2CO3 monohydraatsoda Na2CO3.H2O dekahydraatsoda Na2CO3 10H2O Dit produkt wordt in reinigingsmiddelen verwerkt. Voor het schoonmaken van wandbekledingen is het verstandig eerst een proefje te nemen. Door zondermeer gebruik te maken van dit alkalische reinigingsrniddel is het niet uitgesloten dat een eventuele aanwezige toplaag wordt aangetast. |
||
|
|
||
| Soldaatjes uitzetten | ||
| Zie: Linnen spannen | ||
|
|
||
| Spaanplaat | ||
| Deze plaatsoort mogen we niet verwarren
met houtvezelplaten. Ze hebben sinds 1950-1955, vooral uit Duitsland, een grote vlucht genomen. Aanvankelijk was het dé manier om houtafval weer produktief te maken. Momenteel kan men houtspaanderplaten verkrijgen voor allerlei doeleinden. Ze worden in allerlei variaties met verschillende technische eigenschappen, afgestemd op het gebruiksdoel, geleverd. Als voornaamste grondstoffen voor dit plaatmateriaal gebruikt men spaanders, splinters en schilfers hout. Al het hout van één boom of verschillende boomsoorten kan gebruikt worden. Deze grondstoffen worden met behulp van kunstharslijm en onder druk tot een plaat geperst. Niet alleen de kunstharslijm, maar ook de geaardheid, de vorm, de wijze van opslaan en de verdeling van de spaanders bepalen de kwaliteit. We kennen dan ook verschillende spaanplaatsoorten. De eerste soort is de éénlagige spaanplaat waarbij de spanen, allen van gelijke dikte, grootte, horizontaal in de richting van de plaat zijn gelegen. Bij de tweede soort bestaat de kern uit horizontale of vertikale spaanders. De buitenlagen, de zgn. deklagen, zijn meestal met een lichtere houtsoort zoals vure- of populierehout fijn afgewerkt. De betere plaatsoorten bestaan uit 5 lagen. De buitenste lagen zijn zeer glad afgewerkt en het bindmiddelgehalte is, om de sterkte te vergroten, hoger dan van de binnenlagen. Ondanks het grote bindmiddelgehalte en de toevoeging van waterafstotende- of schimmelwerende stoffen bij de fabricage, zijn deze platen voor een vochtige ruimte ongeschikt. Deze nemen vocht op waardoor de plaat vooral in de dikte vrij sterk in volume toeneemt. Hierdoor zal de plaat op de duur verloren gaan. Indien men op deze plaatsoorten een wandbekleding moet aanbrengen dan zal men met inzuigen rekening moeten houden. Het verdient aanbeveling de plaat eerst met een voorstrijkmiddel te behandelen. |
||
|
|
||
| Spanplankje | ||
| Een spanplankje bestaat uit een niet te
breed plankje van ongeveer 15 cm. lang. Op de zijkant van het plankje zijn op 1-1 1/2 cm afstand koploze spijkers aangebracht. Het wordt speciaal gebruikt voor het spannen van linnen als men te vlak tegen de muur moet spannen en de spantang geen uitkomst biedt. Het spanplankje steekt men in het doek en de spijkers prikken we in de ondergrond. Hierna trekt men het doek strak en spijkert het vast. |
||
|
|
||
| Spantang | ||
| Een spantang wordt voornamelijk door kunstschilders
gebruikt om hun schilderslinnen op een houten raamwerk te spannen. Ook voor de behangers is het een onmisbaar stuk gereedschap als men spanstoffen moet verwerken. De spantang heeft een brede bek waarmee men het doek vastpakt en vervolgens kan spannen. Na het spannen kan men met de andere hand de doeksoorten met spijkers vastzetten. |
||
|
|
||
| Spatel | ||
| Zie: Kitstrijker, Plastic strijker | ||
|
|
||
| Specie voor binnenmuren | ||
| Zie: Mortel | ||
|
|
||
| Spouwmuren | ||
| Dit zijn dubbele muren met een ruimte ertussen.
Bracht men het behang vroeger zomaar op de muur aan, dan was dit spoedig
verteerd of zo door vocht beschadigd, dat het "mooie" er spoedig
af was. Spouwmuren werden toen nog zelden gemaakt. Op een spouwmuur kan men namelijk het behang wel plakken zonder gevaar voor minder aangename ervaringen. Om het euvel van het doorslaan te voorkomen, ging men nu het behang op enige afstand van de muur plakken. Uiteraard is dit niet mogelijk met een bepaalde ondergrond, waarop men een behang kon aanbrengen. Men moest een ondergrond creëren, die goedkoop was en niet al te zwak. Men vond hiervoor behanglinnen. Dit linnen moest vrij van de muur aangebracht worden. Men maakte daartoe een regelwerk op de muren; betengeling geheten. Later bleek dit een kwetsbaar geheel te zijn daar de rugleuningen van de stoelen door het behang, inclusief de linnenbespanning heengingen. Men maakte daarom, de stoelplank, een in de vertrekken langs alle wanden rondlopende plank op de hoogte van een stoelleuning. Men dacht, dat men de constructie toen voor elkaar had, doch de spijkertjes waarmee het linnen gespannen was, begonnen te roesten, het linnen scheurde los en men moest weer wat nieuws bedenken. Toen ging men de spijkertjes meniën, daarna kwamen de vertinde spijkertjes en dacht men het pleit gewonnen te hebben. Daarna bleek, dat men alle moeite voor niets had gedaan, want men ging steeds meer spouwmuren bouwen en men kon tengels benevens behanglinnen en vertinde spijkertjes in het bezit van de leverancier laten. Vooral de spouwmuren hebben ertoe bijgedragen, dat behangsel op bespanning lang niet zoveel meer voorkomt als enige tientallen jaren geleden. Zie: Vochtbestrijding |
||
|
|
||
| Spijkeren | ||
| Zie: Linnen spannen, In verband spijkeren | ||
|
|
||
| Spijkersoorten | ||
| De behanger gebruikt voornamelijk de volgende
spijkersoorten: a. asfaltnagels b. baguetnaalden c. behangkoordnagels d. linnenspijkers e. zinknagels |
||
|
|
||
| Stalen rij | ||
| Zie: Snijlat, Oprolbare snijlineaal, Precisie-snijlineaal | ||
|
|
||
| Stanleymes | ||
| Tot het behangersgereedschap behoort zeker
een stanleymes omdat dit in de praktijk onmisbaar is gebleken. D.m.v. een schroef kan men het handvat losdraaien waardoor dit in 2 losse delen uiteen valt. Na gebruik van het stanleymes kan men de losse mesjes in het handvat opbergen. Verder zijn er nu verschillende typen stanleymessen o.a. een stilettomodel waarvan het mesje in- en uitschuifbaar is. |
||
|
|
||
| Staniol | ||
| Zie: Bladtin | ||
|
|
||
| Steekmes | ||
| Een steekmes, ook wel schuifmes genaamd,
wordt gebruikt om het behang van de muur te verwijderen. Het kan tevens gebruikt worden om oneffenheden van de wand te verwijderen. Voor dit laatste doel mag men geen plamuurmes gebruiken. |
||
|
|
||
| Stoelenplank | ||
| Om te voorkomen dat de rugleuningen van
de stoelen door het behang (op tengel), inclusief de linnenbespanning heen
stoten, wordt een stoelenplank aangebracht. Men gebruikt als stoelenplank of stoeltengel een plank van 22 á 24 cm breed. Het hart van deze plank wordt op 90 cm van de vloer aangebracht. Het is wel noodzakelijk dat langs alle wanden deze tengel op de hoogte van de stoelleuning wordt aangebracht. De stoeltengel bevindt zich uiteraard achter het linnen. Zie: Tengels |
||
|
|
||
| Stoeltengel | ||
| Zie: Stoelenplank | ||
|
|
||
| Stoomapparaat | ||
| Zie: Afstoomapparaat | ||
|
|
||
| Stoompalet | ||
| Het stoompalet, ook wel stoomverdeelplaat
genoemd, is een onderdeel van het afstoomapparaat.
Het palet is gegalvaniseerd en voorzien van ongeveer 160 gaatjes. Aan het palet is een houten handvat gemonteerd terwijl rondom, aan de werkzijde, meestens een gummirand is aangebracht. Door deze gummirand is het niet mogelijk dat stoom kan ontwijken, wanneer het stoompalet op de behangen wand wordt gedrukt. Stoom krijgt dan de gelegenheid om het behang te verzadigen. Stoom dringt gemakkelijker in behang dan koud water omdat de moleculen van stoom (waterdamp) fijner verdeeld zijn dan water. |
||
|
|
||
| Stoomslang en koppeling | ||
| Onderdeel van afstoomapparaat Zie: Afstoomapparaat |
||
|
|
||
| Stoomverdeelplaat | ||
| Zie: Stoompalet | ||
|
|
||
| Stopmes | ||
| Voor elke behanger is het stopmes een onontbeerlijk
gereedschap. Daarom behoort het tot de vaste uitrusting van de behangersgereedschapskist.
Het is voor vele doeleinden geschikt. Een goed stopmes wordt van goed verend staal gemaakt en mag vooral niet scherp zijn. Naast het stopmes dat in de gereedschappenkollektie voorkomt zijn er nog 7 modellen verkrijgbaar. Men onderscheidt de volgende modellen; a. het Leids model - rechthoekig b. het Utrechts model - plamuurmesvormig c. het Hollands model - met ronde of spitse punt d. het Gronings model - geknikte vorm met spitse punt e. het Rotterdams model - één zijde recht, andere zijde gebogen f. het Zeeuws model - zgn. oestermodel g. het Engels model - lang en slap in verschillende vormen h. het Fries model - pennemesvormig |
||
|
|
||
| Stopmiddelen | ||
| Zie: Dichtingsmiddelen voor muren, Dichtingsmiddelen voor spijkergaten | ||
|
|
||
| Storten | ||
| Bij sommige behangsels o.a. bij effen papieren
en weefseldessins kan het voorkomen dat tengevolge van enigszins zwaardere
pressing van de drukwalsen de ene zijde van de baan donkerder lijkt dan
de andere kant. Als de banen in normale volgorde worden geplakt, dan komt de donkere zijde steeds naast de lichtste zijde van de andere baan. Hierdoor krijgt men dus strepen. (zgn. banken). Om zgn. "banken" in het behang te voorkomen, kan men de banen "storten". Hiermee bedoelt men dat de banen om de andere onderste boven worden geplakt. |
||
|
|
||
| Stoten | ||
| Het aanbrengen van behang kan op twee manieren
gebeuren. Men kan: a. van één zijde van een baan de zelfkant verwijderen en aan de andere zijde 2 á 3 mm laten zitten. De banen worden dan, vanaf het licht, iets over elkaar geplakt. b. de eventueel aanwezige zelfkanten verwijderen en de banen tegen elkaar plakken. Deze werkwijze noemt men "stoten". Welke manier van aanbrengen men kiest is afhankelijk van de ondergrond en de papiersoort. Moet het behang gestoten worden dan moet men als eerste maatregel een goed klevend en niet te waterig plaksel gebruiken. Hierdoor zal het papier zo weinig mogelijk uitzetten. De eerste baan wordt kloppend aangebracht terwijl men met de tweede baan moet wachten totdat de voorgaande baan geheel droog is en niet meer krimpt. Deze methode kost zeer veel tijd en daarom wordt ook wel eens anders te werk gegaan. Van de baan worden de eventueel aanwezige zelfkanten schuin verwijderd. Hierbij houdt men dan het slagmes onder een hoek van 45° t.o.v. de plaktafel. Ook kan men op de normale manier de eventueel aanwezige zelfkant verwijderen en van de ene zijde van de baan de voorkant en van de andere zijde de achterkant voorzichtig schuin afschuren. De zijkanten van de banen hebben dus een schuine en dus een dunnere zijkant. Bij het plakken worden deze kanten 2 mm over elkaar geplakt. Na droging zullen de banen vrijwel tegen elkaar gesloten zijn en zullen de dikke kanten niet opvallen. Bij de donkere behangsoorten is deze werkwijze niet toegestaan omdat men dan het risico loopt dat een witte streep zichtbaar wordt. |
||
|
|
||
| Stoten op linnen | ||
| Dit is niet wenselijk. Over elkaar plakken
is hier beter, evenwel moet dit met de nodige voorzorgen plaats vinden,
anders ontstaan lelijke dikke neggen en dat is de bedoeling niet. De banen
moeten vóóraf een behandeling ondergaan en wel als volgt:
van de banen worden de eventueel aanwezige zelfkanten aan een kant geheel verwijderd, terwijl men van de andere kant deze niet geheel wegneemt, maar er 2-2½ mm van laat staan. Nu worden de banen één voor één op de rand van de behangtafel geschoven en het papier aan de achterkant met een scherp stuk schuurpapier schuin bijgeschuurd, daar, waar de zelfkant verwijderd is. De 2 mm zelfkant wordt aan de voorkant eveneens afgeschuurd, zodat straks aan de wand de naden iets over elkaar vallen, zonder dat er van enige verhoging sprake is. Dit bijschuren is een nauwkeurig werkje, dat het best gedaan kan worden met het schuurpapier om een klein plat plankje. Toch moet men hiermee niet te gauw genoegen nemen, denkende, dat het voldoende is. De randen moeten zodanig bewerkt worden, dat zij a.h.w. op niets uitlopen. Op linnen plakt men Salubra nog wel een 1 á 2 mm over elkaar (in plaats van tegen elkaar). Met wat meer moeite kan men op linnen even mooi stootwerk verkrijgen als op een vaste ondergrond. Men dient dan te beginnen met op het linnen grondpapier aan vellen tegen elkaar te zetten en deze vellen goed in de linnen ondergrond te schuieren. Vervolgens gronden met banen grondpapier, teneinde een volkomen behangrijpe ondergrond te verkrijgen. In het midden van eik vak nu een baan Salubra aanbrengen. Wanneer deze baan en het linnen de vol- gende dag strak gedroogd zijn, kan men aan weerszijden tegen deze baan een nieuwe aanbrengen. Nadat deze banen gedroogd zijn de volgende verwerken enz. Indien stoten bij het aanbrengen van een behang met een dikke plastieklaag op een linnen ondergrond moeilijkheden oplevert, dan kan men ook, wanneer de banen op maat gesneden zijn langs een lineaal, alvorens de eventueel aanwezige zelfkant te verwijderen, de op de zelfkant verhoogde aangebrachte massa afschuren, om vervolgens de zelfkant tot op 1/4 cm af te snijden. Zo bereikt men, dat men niet te dikke of opengewerkte naden verkrijgt. |
||
|
|
||
| Strepen op behangwerk | ||
| Zie: Donkere strepen | ||
|
|
||
| Stroken | ||
| Speciaal op kinderkamers worden vaak stroken
aangebracht. Om het juiste effekt te bereiken moet men ze op 1 meter vanaf de grond aanbrengen. Kinderen leven dicht bij de grond en op een hogere plaats kunnen ze ze niet zien en mist deze decoratie zijn doel. De stroken zijn met verschillende afbeeldingen verkrijgbaar zoals sprookjes, circusvoorstellingen, dieren, kinderliedjes, alfabet etc. Zij zijn ongeveer 7 meter lang en 13 cm breed. |
||
|
|
||
| Stroop | ||
| Een oud middel om de kleefkracht van plaksel
te vergroten, is het toevoegen van een kleine hoeveelheid keukenstroop.
Volgens de overlevering wordt 2 ons stroop bij 5 liter plaksel gevoegd.
De stroop wordt eerst door verwarming dunner en vloeibaar gemaakt en daarna
goed door het plaksel geroerd. Men zou geneigd zijn te zeggen, dat stroop vlekken zou veroorzaken maar stroop vlekt niet, slaat niet door en is volkomen neutraal. Men gebruikt keukenstroop omdat dit nooit volledig droogt dit in tegenstelling tot de plakmiddelen. Door de verschillende temperatuurswisselingen verliest plaksel zijn kleefkracht terwijl stroop hechtingsvermogen behoudt. Bij een warme temperatuur wordt stroop zelfs kleveriger. Momenteel zal dit hulpmiddel vrijwel niet meer toegepast behoeven te worden omdat we over een zeer groot assortiment van plakmiddelen beschikken. |
||
|
|
||
| Stijfsel | ||
| Zie: Plakmiddelen | ||
|
|
||
| Sulfietloog | ||
| Deze vloeistof wordt gebruikt bij de bereiding
van eellulose voor de papierfabricage. De houtrnassa neemt deze suifietloog op en maakt de stoffen die de cellen vasthouden, los. Als residu blijft suifietcellulose over waarin ongeveer de helft van het hout opgelost is. |
||
|
|
||
| Snip (suwide) | ||
| Ook dit apparaat behoort bij de snijapparaten.
Het wordt, evenals de snijvin, gebruikt om de overlappende vinylwandbekledingen naadloos te plakken. De suwide-snip bestaat uit een houder, welke is voorzien van een steun met slede (voetje) terwijl ook een geleider is aangebracht. De snede is voorzien van een speciaal gleufje waarin een mesje wordt geplaatst en met een schroef wordt vastgezet. Als mesje gebruikt men type Stanley 1991-1992 of 5902. Het snijmesje moet met de punt in het gleufje van de snede vallen. Met een stanleymes wordt een vertikale snede boven in de vinyl-wandbekleding gemaakt. In deze snede plaatst men de snip en wel zo dat de slede van het instrument tegen de wand rust. Van boven naar beneden kan men nu in één beweging de vinylwandbekleding doorsnijden. De overtollige stroken worden nu verwijderd en de naad tussen 2 banen is nu onzichtbaar weggewerkt. Zie: Snijvin |
||
| Neem even contact met ons op voor een persoonlijk advies | ||
|
home
| projecten | af-erkenning
| alg.voorwaarden | subsidie-info
| verklaringen | alles
over verf
alles over glas | alles over behang | alles over kleur | 4 seizoenen | links | sitemap | sponsoring | actueel | vacatures | contact |
||