| |
Productie
van glas
|
Glasblazer
|
1. Productie van glas
Het maken van glas, van ver voor onze jaartelling tot het begin van de
twintigte eeuw, vond plaats door grondstoffen te smelten in zogenaamde
potovens of kuilovens en het gesmolten mengsel daarna met een blaaspijp
tot kleine ruities te maken.
De verschillende typen smeltovens komen in dit hoofdstuk aan de orde.
|
|
De Glasblazer
Het blazen van glas mag gerust als een onmenselijke bezigheid beschouwd
worden: temperaturen van 1300 tot 1500° Celsius waren geen uitzonderng.
Het lichaam van de glasblazer droogde dan ook snel uit. Ook toen had men
al ontdekt dat het drinken van bier uitkomst en redding kon brengen!
Het grote gewicht van de blaaspijp met daaraan het te blazen glas (zo'n25
kg!) én de grote hitte maakten het glasblazen tot een extreem zwaar
beroep. Daar kwam nog bij dat het vermalen van kwarts veel stof veroorzaakte,
dan zal het duidelijk ziin dat de glasblazer geen lang leven beschoren
was.
Het was niet alleen de gezondheid
van de glasblazer die zo op de proef gesteld werd, er was ook nog de sterke
rookontwikkeling van de ovens voor het glassmelten en nog meer de rook
die ontstond bii de productie van de potas. Alles bij elkaar waren de
arbeidsomstandigheden niet bepaald prettig.
Van een fabriek kon men eigenliik niet spreken; een potoven en een afdakje
... De glasblazer was echter een zeer hoogwaardig vakman en verdiende
dan ook vier- tot
zesmaal zoveel als een ongeschoolde kracht. Een vakman kon ongeveer 40
glascilinders per acht werkuren blazen. De daglonen waren gebaseerd op
de m2-prijs van vensterglas.
Glasblazer werd je niet zomaar; er rustte een geheimhouding op het ambacht.
Vandaar dat vaders hun zoon het glasvak leerden, om daarmee het geheim
veilig te stellen.
Je kon beginnen als een soort 'manusje van alles', een 'glaskrulleniongen'.
Daarna kon je leerling worden en dan mocht ie al de blaaspiip vasthouden
en in de oven steken om er een klomp vloeibaar glas aan te laten kleven.
De gezel of voorblazer mocht de klomp glas al omvormen tot een bol. De
glasblazer bracht de definitieve vorm verder tot stand: een glazen cilinder
van ongeveer twee meter lengte.
De mechanisatie van de glasfabricage, zoals die zich in de negentiende
eeuw ontwikkelde, heeft deze zware arbeid een halt toegeroepen.
Kuilovens
Lange tijd (van voor de Christelijke jaarteling) is de kuiloven de belangriikste
manier geweest om glas te smelten. Een kuiloven is niet meer en niet minder
dan een gegraven kuil met een simpele bekleding met brokken steen, een
stenen ronde kuipconstructie, waaronder een ruimte om hout te kunnen stoken.
Daarboven een steenachtig bouwsel waarin de grondstoffen konden worden
gesmolten, om op die manier zoiets als vloeibaar glas te kunnen maken.
Op deze manier konden temperaturen worden bereikt van ongeveer 600 of
700° Celsius; de glasmassa had een deegachtige stijfheid.
|

Potoven
|
Potovens
Vanaf het begin van de Christelijke jaartelling tot de zeventiende eeuw
werden zogenaamde
potovens gebruikt om glas te smelten; eigenlijk niet meer dan een simpel,
koepelvormig, stenen bouwsel.
Ging men glas maken, dan werd de oven vooraf eerst opgewarmd. Was de oven
echt 'heet', dan werd het gemeng ingebracht, langzaam aan, zodat er voldoende
tijd was om het
gemeng te doen smelten. Dit proces van laden kon wel zo'n vijftien uur in
beslag nemen. Dit alles bii zo'n 1500° Celsius!
Onder in de potoven was de vuurplaats, daarboven een stenen ruimte om de
grondstoffen te smelten. Eigenlijk was het een primitief gebeuren en qua
arbeidsomstandigheden bepaald niet ideaal als men denkt aan hitte en rook.
De inhoud van een potoven was 60 tot 1000 kg. Deze wijze van glas smelten
heeft tot in de zeventiende eeuw plaatsgevonden. |
Roosterovens
Vanaf de zeventiende eeuw tot de tweede helft negentiende eeuw kwamen
de roosterovens in gebruik. Dat leek veel op de manier van werken
met de potovens, maar nu met het vuur op roosters.
Het vuur bleef niet in zijn eigen as liggen. De as zakte door het
rooster waardoor er een betere aanvoer van zuurstof werd verkregen.
Hierdoor werden dus betere verbranding en een hogere temperatuur bereikt.
Deze roosterconstructie was belangriik, omdat het gebruik van steenkool
in opkomst was. De betere verhitting van de grondstoffen veroorzaakte
ook een verandering in,de verhouding van de grondstoffen.
De roosterovens werden in de loop van de tijd verder ontwikkeld tot
ovens die bestonden uit twee delen: de al eerder genoemde potoven
als smeltzone (nu dus met hogere
temperaturen) en het tweede deel als afkoelingszone, het werkdeel
met glas van een juiste viscositeit, om beter de glazen cilinder te
kunnen blazen.
Nu zien we ook dat de ovens niet meer steeds op verschillende plaatsen
werden opgebouwd in verband met het benodigde hout; men bouwde nu
meer plaatsgebonden en vooral in de nabijheid van de vindplaatsen
van kolen, vooral omdat vervoer per spoor steeds populairder werd.
Kuip- of bekkenovens
Dit type ovens werd gebruikt vanaf het midden van de negentiende eeuw.
Deze ovens zijn van het type Siemens-Martin, zoals die ook in de staalindustrie
nog steeds worden gebruikt: een lange stenen kuip met branders aan
weerszijden boven het glasbad. De branders spuiten beurtelings hun
vlammen over de glasmassa en alleen de stralingswarmte van de vlammen
geeft de benodigde warmte af.
Aan weerszijden van de oven bevindt zich een recuperatiekamer: een
ruimte vol gestapeld met stenen. De verbrandingsgassen worden afgevoerd
door de kamer langs de stenen, die zo worden opgewarmd. De koude aangevoerde
lucht wordt langs de hete stenen geleid, waardoor de lucht wordt voorverwarmd.
|
Kuip- of bekkenovens |
|
Door de opkomst van het mechanisch
productieproces was de beschikbaarheid van een grote massa heet gesmolten
glas en een continue productie een absolute noodzaak.
De investering in dergelijke ovens was zeer hoog. De kleine glasblazeriien
konden zich deze investering niet permitteren en daardoor zien we in deze
periode de grote glasindustrieën ontstaan.
In begin twintigste eeuw (1910 - 1925) werd in Maassluis de eerste Nederlandse
vensterglasfabriek "De Maas" gebouwd. Hier werd glas geproduceerd
met een dergelijke kuipoven, een gasgestookte regenerator-oven.
Er werd glas gemaakt volgens het Fourcault-systeem.
|
Eerste Nederlandse vensterglasfabriek in Maassluis:
het zetten van een lading
|
|
| ^ |
|
 |
|
|
|