Doorwerken in de winter

Meetapparatuur


1. Waarom meettapparatuur?
2. Wat dient men te meten?
3. Welke apparatuur?

 

 

1 Waarom meetapparatuur?
Tijdens doorwerkprojecten wordt men als applicateur geconfronteerd met klimatologische omstandigheden die het goed verwerken van verfsystemen kunnen tegenwerken. De belangrijkste van deze omstandigheden zijn vocht en temperatuur. Om te kunnen beoordelen of een behandeling aan ondergronden kwalitatief kunnen worden uitgevoerd, is het gebruik van meetapparatuur noodzakelijk. Door gebruik van meetapparatuur kunnen aanzienlijke problemen van onthechtende verflagen, onjuiste filmvorming, matslaan van verflagen enz. worden voorkomen. De problemen kunnen zich voordoen op alle soorten ondergronden zoals hout en steenachtige materialen maar ook op kunststof en metaal.

^

 

 

2 Wat dient men te meten?
Om een goede beoordeling van de werkomstandigheden te kunnen maken dienen de volgende elementen te worden geregistreerd:
  • Luchtvochtigheid of RV
  • Luchttemperatuur
  • Ondergrondtemperatuur
  • Vochtpercentage van de ondergrond
  • Verwerkingstemperatuur van het verfproduct
Luchtvochtigheid of Relatieve Vochtigheid (RV):
Als deze (te) hoog is kan dit zeer nadelige invloed hebben op de filmvorming van met name watergedragen verfproducten. Bij een RV van boven de 85% kan het oplosmiddel (water) zeer slecht verdampen met als gevolg dat de bindmiddeldeeltjes slecht of onvoldoende met elkaar versmelten. Hierdoor ontstaat een verflaag die onvoldoende sterkte heeft. Tevens ontstaat het risico dat een verflaag gaat lopen c.q. zakken.
Luchttemperatuur:
Een te lage of te hoge temperatuur kan de kwaliteit van verfproducten sterk beïnvloeden. Te denken valt aan slechte droging van verflagen bij lage temperaturen doordat het oplosmiddel langzaam of niet kan verdampen. Epoxy producten zullen niet uitharden bij temperaturen onder 5 graden C. Bij te hoge temperaturen kan de droging te snel gaan waardoor er ook een esthetisch probleem (geen vloeiing) kan ontstaan.
Ondergrondtemperatuur en dauwpunt:
Bij een te lage ondergrondtemperatuur kan het in de lucht aanwezige vocht op de ondergrond condenseren (dauwpunt). Gevolg bij het overschilderen van deze ondergronden is geen of onvoldoende hechting van de verflaag. Als dit ontstaat na het aanbrengen van een verflaag welke nog onvoldoende filmvorming heeft, kan dit condens de uiteindelijke glans van de verflaag negatief beïnvloeden (mat slaan). Ook zal doordroging van de verflaag (te) langzaam gaan.
Vochtpercentage van de ondergrond:
Een te hoog vochtpercentage in de ondergrond kan tot verscheidene problemen leiden. De twee belangrijkste zijn:
  • Onvoldoende hechting van de verflaag of het reparatieproduct
  • Onthechting (blaarvorming) van verflagen als dit vocht onder invloed van zonlicht uit de ondergrond verdampt
Verwerkingstemperatuur van het verfproduct:
Sigma Coatings geeft de minimale verwerkingstemperatuur aan in de kenmerkenbladen van zijn producten.

^

 

 

3 Welke apparatuur?
Het registreren van de elementen RV, luchttemperatuur, ondergrondtemperatuur en verschil tot dauwpunt kan zeer effectief met een temperatuur/hygrometer met oppervlaktetemperatuursensor.
Voor het registreren van vocht in houten en steenachtige ondergronden kan men gebruik maken van twee soorten vochtmeters: destructief en non destructief (met behulp van signalen).
^
Beginpagina Van Apeldoorn Schildersbedrijf
home | projecten | onderhoudNL | alg.voorwaarden | subsidie-info | verklaringen | alles over verf
alles over glas | alles over behang | alles over kleur | 4 seizoenen | links | sitemap | sponsoring | actueel |
vacatures | contact